Het goud tussen theorie en praktijk

JelmenAls recent afgestudeerd ingenieur heb ik het om mij heen al vaak moeten horen: “ja jij bent meer van de theorie en de boeken en zo, ik ben meer van de praktijk en het gewoon doen”. Deze uitspraak typeert de bestaande kloof tussen de theorie en de praktijk. Door direct vanuit de schoolbanken aan de slag te gaan als logistiek bedrijfsconsultant, bevind ik mij momenteel middenin deze befaamde kloof.

Mijn naïviteit
Tijdens mijn opleiding moest ik uren zwoegen op multi-echelon voorraad modellen, mixed integer lineair programming, markov chains, noem maar op. Na voldoende theoretische kennis vergaard te hebben, dacht ik deze direct toe te gaan passen in mijn eerste fulltime baan bij Gordian. Maar al snel werd mij duidelijk dat deze state-of-the-art theorie niet zo eenvoudig toepasbaar is op de praktijk. Sterker nog, de meest eenvoudige theorie (bijvoorbeeld de EOQ-formule), blijkt vaak al een brug te ver voor de praktijk. Ik werd geconfronteerd met de kloof tussen theorie en praktijk en vroeg mij af: is de theorie überhaupt wel wat waard voor de praktijk? Het antwoord is ja, zeker wel, maar niet altijd.

De kloof in de praktijk
Momenteel werk ik mee aan enkele interessante projecten waarin ik een hoop leer over de kloof tussen theorie en praktijk. Bijvoorbeeld bij het Data Generation project. Dit project heeft als doel om onderzoekers van universiteiten te ondersteunen in het verkrijgen van de juiste data uit de praktijk om hun theorieën te toetsen (lees: dichten kloof theorie en praktijk). Dit blijkt een lastig verhaal met twee kanten:

– De onderzoekers bedenken de meest geweldige complexe theoretische oplossingen. Als gevolg daarvan is de data die zij nodig hebben om hun abstracte modellen te toetsen niet voorhanden. Daarbij is de benodigde data vaak niet duidelijk gespecificeerd.

– Bedrijven zien niet altijd de meerwaarde van het onderzoek door het hoge abstractieniveau of de complexiteit. Hierdoor zijn zij niet altijd bereid om tijd en energie te steken in het verzamelen van benodigde data.

Het lijkt er op dat voorafgaand aan het ontwikkelen van de theorie niet wordt gekeken naar de haalbaarheid van de toepassing in de praktijk. De theorie kan beter vanuit de praktijk starten door te inventariseren welke data er al is. Om vervolgens een onderzoek te definiëren wat haalbaar is, maar tóch innovatief. Immers, er kan met de praktijk als uitgangspunt ook prima nieuwe theorie ontwikkeld worden.

Daarnaast is het de taak van de praktijk om duidelijk te krijgen waar het naartoe wil op de lange termijn en welke problemen hierbij komen kijken. Waarbij de theorie zijn bijdrage kan leveren door het vinden van oplossingen op deze problemen. De praktijk kan dit ondersteunen doordat het daar de middelen en motivatie voor heeft.

Gouden kans
Door wederzijdse inzet kan de kloof tussen theorie en praktijk verkleind worden, echter nooit gedicht. Er zal altijd een spanning blijven bestaan tussen theorie en praktijk, en dat is maar goed ook. Theorie en praktijk moeten de vrijheid hebben om los van elkaar door te groeien. Alleen zo nu en dan moeten we proberen de kloof te verkleinen tot deze overbrugbaar is. Dit creëert kansen voor innovatief en nuttig onderzoek.

Zie de onvermijdelijke kloof dus als een gouden kans! Zoek het vooral op en inventariseer door middel van dialoog of deze overbrugd kan worden met behulp van innovatie. Dit levert de praktijk en de theorie het meest op in termen van geld alsmede academische kennis.

Want zonder een gat tussen theorie en praktijk geen innovatie, zonder innovatie geen vooruitgang en zonder vooruitgang geen (financiële) groei!

Meer weten?

Jelmen Grundel
Consultant